Hét vakblad voor professionals in de oppervlaktebehandeling

ESTAL scherpt positie aan in aanloop naar volgende fase BREF STM

In maart 2026 kwamen ESTAL en European Aluminium tweemaal samen om hun positie te bepalen richting de herziening van de BREF STM. Wat begon als een technische voorbereiding op de Data Assessment Workshop, groeide al snel uit tot een strategische afstemming over de richting die de sector wil inslaan in de komende maanden. 
De timing is daarbij cruciaal. De herziening van de BREF STM bevindt zich inmiddels in een beslissende fase, al is het proces duidelijk vertraagd. Waar de eerste draft begin 2025 werd gepubliceerd, wordt nu gemikt op verdere concretisering richting het najaar van 2026. Tegelijkertijd zorgt de vernieuwde BREF Guidance 2.0 voor een aangescherpt kader, waarin onder andere het werken met emissieranges en onderbouwing van BAT-conclusies centraler staat. 

Spanningsveld tussen ambitie en haalbaarheid 

Tijdens de vergaderingen werd duidelijk dat er een groeiend spanningsveld bestaat tussen de ambitie van de voorgestelde BAT-AELs en de praktische haalbaarheid binnen de sector. Met name voor emissies naar water worden de huidige voorstellen als te streng en onvoldoende representatief ervaren.
De deelnemers benadrukten dat emissiewaarden niet los kunnen worden gezien van operationele realiteit. Zo leidt bijvoorbeeld een lager waterverbruik vaak tot hogere concentraties van stoffen in het afvalwater, een effect dat in de huidige voorstellen onvoldoende wordt meegenomen. 
Daarbij speelt ook de diversiteit van installaties een grote rol. De sector bestaat uit een mix van standalone bedrijven en geïntegreerde installaties, waarbij emissies niet altijd uitsluitend uit STM-activiteiten afkomstig zijn. Dit maakt een uniforme benadering problematisch en onderstreept de noodzaak voor meer differentiatie. 

Pleidooi voor meer nuance 

Een belangrijk deel van de discussie richtte zich dan ook op het aanbrengen van die nuance. ESTAL wil af van een “one size fits all”-benadering en pleit voor een meer gedifferentieerd kader. 
Zo werd uitgebreid gesproken over het onderscheid tussen directe en indirecte lozingen, waarbij ruimte moet blijven voor hogere waarden bij indirecte afvoer via RWZI’s. Ook werd het belang benadrukt van aparte benaderingen voor nieuwe en bestaande installaties, evenals voor verschillende typen productielijnen. 
Daarnaast leeft de wens om sterker aan te sluiten bij de aanpak uit de keramieksector, waar benchmarks in plaats van strikte prestatie-eisen worden gebruikt. Dit zou beter recht doen aan de variabiliteit binnen de sector en de invloed van procesomstandigheden. 

Kritische blik op data en methodiek

Een terugkerend thema was de kwaliteit en interpretatie van de beschikbare data. Voor sommige stoffen is de dataset simpelweg te beperkt om robuuste grenswaarden op te baseren. In andere gevallen worden meetwaarden beïnvloed door niet-STM activiteiten, wat de vergelijkbaarheid ondermijnt. 
Dit leidt tot concrete voorstellen om bepaalde BAT-AELs te schrappen of ranges te verruimen. Tegelijkertijd wordt ingezet op een meer gedetailleerde analyse per proces en per installatie, om beter onderbouwde conclusies te kunnen trekken. 
Ook op het vlak van monitoring en praktische uitvoerbaarheid worden vraagtekens gezet. Bepaalde voorgestelde BAT-maatregelen, zoals rond bluswaterbeheer en monitoringmethodieken, worden als te generiek of onvoldoende werkbaar beschouwd. 

Van voorbereiding naar onderhandeling

Hoewel de Data Assessment Workshop bedoeld is als technische tussenstap zonder formele besluitvorming, werd tijdens de vergadering al duidelijk dat de echte inzet verder reikt. De workshop vormt vooral een kans om standpunten scherp te stellen en te positioneren richting de uiteindelijke onderhandelingen in de Final Meeting. 
ESTAL zet daarbij in op een duidelijke boodschap: regelgeving moet ambitieus zijn, maar ook realistisch en gebaseerd op representatieve data. 

Nieuwe inputronde en extra ESTAL-overleg

De actualiteit heeft deze inzet inmiddels nog verder aangescherpt. Tijdens de recente bijeenkomst bij het JRC in Sevilla werd bevestigd dat er nog verschillende punten zijn die nadere uitwerking vereisen. 
EUBRITE heeft de sector tot eind april de tijd gegeven om aanvullende input aan te leveren, die zal dienen als basis voor de volgende versie van de BREF STM (de tweede draft) in aanloop naar de Final TWG-meeting in september. 
Om deze input goed af te stemmen, wordt momenteel gewerkt aan een nieuw discussiedocument. Dit document zal in de komende weken verder worden aangevuld, onder meer via bilaterale gesprekken met leden. Aansluitend staat een nieuwe ESTAL-vergadering gepland (op korte termijn), waarin de resterende knelpunten gezamenlijk worden besproken en een definitieve positie wordt bepaald. 

Deze extra afstemming onderstreept het belang van de huidige fase: de keuzes die nu worden gemaakt, zullen direct invloed hebben op de inhoud van de volgende draft en daarmee op de uiteindelijke BAT-conclusies. 

Vooruitblik 

De komende weken vormen daarmee een cruciale periode voor de sector. Waar de eerdere vergaderingen vooral gericht waren op analyse en voorbereiding, verschuift de focus nu naar concretisering en beïnvloeding van het proces. Met een aangescherpte strategie, aanvullende data en een gezamenlijke inzet richting EUBRITE, bereidt ESTAL zich voor op de volgende stap in het BREF-traject, een stap die bepalend zal zijn voor de uiteindelijke milieukaders voor de sector.

Vereniging ION volgt deze ontwikkelingen op de voet en behartigt actief de belangen van haar leden binnen dit traject. Door nauw betrokken te zijn bij de discussies en afstemming binnen ESTAL en andere Europese gremia, zorgt Vereniging ION ervoor dat de praktijk en uitdagingen van haar achterban goed worden meegenomen. Leden worden de komende periode continu geïnformeerd over relevante ontwikkelingen en vervolgstappen in het BREF-proces.

Een reactie plaatsen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *