Tweede Kamerlid Mustafa Amhaouch (CDA) en Hans Biesheuvel (ONL) op bezoek bij de oppervlakte behandelende branche


Reeds 20 minuten eerder dan gepland stonden de delegaties op de stoep van Alucol te Neer. Een anodiseur met een Qualanod label in Midden-Limburg, die dicht bij woningen staat en bezig is met het vernieuwen van de milieuvergunning. Alucol is de grootste werkgever van het dorp, heeft een groep mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in huis en heeft ook last van COVID-19. Voldoende redenen om juist dit bedrijf te kiezen om de politiek te laten zien wat er in de branche mogelijk is en wat de problemen zijn.

Het gezelschap bestond uit:

  • De heer Mustafa Amhaouch, lid van de CDA fractie in Tweede Kamer en woordvoerder economische zaken en mkb.
  • De heer Peter van Melick, raadslid CDA van de gemeente Leudal namens het CDA.
  • Mevrouw Ebie Peeters, beleidsmedewerker van de heer Mustafa Amhaouch.
  • De heer Hans Biesheuvel, medeoprichter van ONL.
  • Mevrouw Frederique Biesheuvel, hoofd communicatie bij ONL.
  • De heer Frank Veelenturf, directeur van BWB Alucol.
  • De heer Richard Gielen, productiemanager bij BWB Alucol.
  • De heer Egbert Stremmelaar, directeur van Vereniging ION.

Na een rondleiding door het bedrijf werd er in een corona-prof opstelling in het kantoor door Veelenturf een korte presentatie gegeven over het bedrijf Alucol, het proces anodiseren en de issues waar het bedrijf mee heeft te dealen. Tijdens de presentatie werd er over de thema’s gediscussieerd en werd vaak de vertaling gemaakt van het bedrijf naar de branche.

Thema’s die zijn besproken:

  • Een “state of the art” oppervlakte behandelende branche is voorwaardelijk voor een innovatieve maakindustrie. De toeleverketens zijn lang en ingewikkeld. De OT ondernemer zit normaliter binnen een straal van 100km van zijn opdrachtgever vanwege de logistieke kosten. Ondernemers die unieke producten (processen) bieden kunnen grotere afstanden overbruggen. Voor Alucol is de afstand tot de klanten wel 300km en voor grote lengtes zelfs tot 1.500km.
  • Om als branche te voldoen aan de marktverwachtingen (duurzaamheid) en aan de wet (gifvrije samenleving) is een onmogelijke uitdaging. Bedrijven moeten kunnen beschikken over een aantal werkzame stoffen waarvan de wetgever en de publieke opinie vinden dat ze uitgefaseerd moeten worden. Onnodig volgens de branche omdat ze veilig verwerkt kunnen worden.
  • In de huidige tijd is er veel onzekerheid over marktontwikkelingen terwijl de loonkosten wel behoorlijk stijgen. Het vinden van goede (vakvolwassen) medewerkers is lastig, mede doordat er op scholen nauwelijks aandacht is voor oppervlakte behandeling. De branche heeft een eigen programma cursussen ontwikkeld die inmiddels ook weer worden aangeboden aan het reguliere onderwijs. Dit blijkt echter een taai traject.
  • De huidige pakketten COVID-19 maatregelen houden nog onvoldoende rekening met vertraging van omzetverlaging door bijvoorbeeld het niet opstarten van nieuwe bouwprojecten (geen bouwvergunningen). De daarmee gepaard gaande omzetverlaging wordt pas veel later verwacht. 
  • Bedrijven kunnen prima werken met duidelijke, relevante en proportionele wetgeving met passende handhaving. De overheid is mono-issue ingericht met voor elke discipline een eigen terminologie terwijl in een bedrijf alle zaken in samenhang voorkomen. De administratieve last is daardoor groot en de politieke wil om dat aan te pakken ontbreekt. Voor dit thema wordt door ION een vervolgafspraak gemaakt.
  • Elke locatie in Nederland heeft te maken met unieke regelgeving met unieke grenswaarden die in de tijd ook nog eens steeds veranderen. Voorspelbaarheid van verwachtingen en verplichtingen is belangrijk voor een ondernemer. Van de Omgevingswet wordt verwacht dat deze lokale verschillen alleen nog maar zullen toenemen.
  • Er is geen eenduidigheid in handhaving. Het kennisniveau van inspecteurs verschilt enorm en ook de frequentie van inspecties per bedrijf verschilt enorm. Er is meer gelijkheid gewenst en noodzakelijk.
  • Om innovaties te stimuleren heeft de branche de Stichting Innovat.ION opgericht. Projecten die in aanmerking komen voor subsidie krijgen dat niet uit de WBSO omdat de WBSO alleen geldt voor productinnovaties en niet voor procesinnovaties. Hier moet verandering in komen.

Door de interesse in de processen en de uitvoerige discussies, duurde het bezoek uiteindelijk meer dan 2 uur. Gelukkig bleek Alucol een goede gastheer en was er gezorgd voor koffie en thee met echte Limburgse vlaai. Het was een geanimeerd bezoek waar nog de nodige vervolgacties uit komen. Dank aan Alucol voor de ontvangst en aan de delegaties van het CDA en ONL voor hun gewaardeerde aandacht.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *