“Feitenkennis op het gebied van chemische stoffen is zo hard nodig”


“Ze kunnen niet meer om me heen”, zegt Bas de Barbanson. Hij heeft net een handboek biomonitoring geschreven, met als doel het voorkomen van beroepsziekten die kunnen worden veroorzaakt door metalen en oplosmiddelen. In het handboek is zo uitputtend mogelijk beschreven welke testen bij werknemers nodig zijn om tijdig chemische blootstelling op te sporen. Monnikenwerk, maar het moest gedaan worden, stelt hij. Want er is te weinig kennis over chemische stoffen, en een update van de literatuur in zijn vakgebied was hard nodig.

Bas de Barbanson is arts en arbeidstoxicoloog, en gespecialiseerd in diverse beroepsziekten die het gevolg zijn van blootstelling aan oplosmiddelen en zware metalen, zoals Organo-psychosyndroom (OPS, schildersziekte), bronchiale aandoeningen, en lever- en nieraandoeningen als gevolg van oplosmiddelen. Als bedrijfsarts heeft hij alle scenario’s in zijn praktijk meegemaakt. Mensen die vergiftigingen hebben opgelopen tijdens het werk, maar ook veiligheidsdeskundigen die huilend aan zijn bureau hebben gezeten omdat ze vergeefs een vergiftigde collega hebben moeten reanimeren. In 1999 schreef hij een scriptie over de eerdergenoemde schildersziekte. Dat is een verzamelnaam voor ziekteverschijnselen die mensen kunnen oplopen als zij langdurig met organische oplosmiddelen (solventen) in contact zijn geweest. De stoffen komen door inademing of via de huid in het lichaam terecht. De Barbanson las in een dossier een brief van een vrouw. Ze schreef over haar vader, die de weg naar huis niet meer kon vinden omdat hij dement was geworden als gevolg van die schildersziekte.

Wat is het onderliggende probleem?

“Feitenkennis op het gebied van chemische stoffen is zo hard nodig. Want helaas dreigen we ons gezonde verstand steeds meer te verliezen. Een voorbeeld? Lood is uit benzine gehaald, omdat het ons zenuwstelsel kan aantasten. Daarvoor in de plaats is in sommige landen mangaan gekomen. Maar dat is net zo giftig voor het zenuwstelsel. Dat is toch vreemd?”

Hoe kan dat?

“De risico’s van chemische stoffen worden nogal eens verkeerd ingeschat. Afhankelijk van het standpunt van de belanghebbende wordt het risico kleiner gemaakt of juist uitvergroot. Ik vind dat niet nodig, want uiteindelijk hebben we allemaal hetzelfde belang: een gezonde werknemer die gezond de eindstreep van zijn carrière haalt. Dat is de kern waar mijn vak om draait.”

Wat wil je overbrengen?

“De grootste urgentie is dat er meer know-how moet komen in een bedrijf. Stel dat je een bedrijf hebt dat aan thermisch spuiten doet. Je bent de eigenaar. En je weet niet dat er mensen gezondheidsproblemen zouden kunnen krijgen door het werk. Helaas is die kennis weggezakt. In de vorige eeuw was er kennis bij petrochemische bedrijven. Shell, DSM, DOW, BASF, allemaal hadden ze interne bedrijfsgeneeskundige diensten, volledig toegewijd aan de fabriek. Die wisten wel wat de risico’s van bijvoorbeeld styreen of benzeen waren.”

Hoe kan het dat die kennis is vervlogen?

“Er is een periode van reorganisaties geweest, en interne bedrijfsgeneeskundige diensten waren te kostbaar. Die kennis is geoutsourced, maar niet naar een bedrijfsarts die vijf dagen per week de gezondheid van de werknemers in de gaten houdt. En dat is soms ook een makkelijke route. Tussen de preventieve verantwoordelijkheden van een bedrijfsarts versus een directeur zit een spanningsveld. Een bedrijfsarts wil bijvoorbeeld dat de werkomgeving schoner moet. Maar dat kost geld en dat budget is er niet altijd, volgens de directeur. En dus wordt het uitgesteld.”

Maar zorgdragen voor de gezondheid van werknemers is een wettelijke plicht. Heeft de overheid hier geen rol?

“De overheid zit in een lastige positie. De ene kant van het verhaal is de gezondheid van werknemers, de andere kant is het economische belang. Er worden wel stappen gemaakt. Bijvoorbeeld binnen de maakindustrie zijn er verbeteringen. Lasrook is kankerverwekkend en afzuiging zou bij de bron/lastoorts moeten gebeuren. Je ziet nu een trend naar innovatie en robotisering van onder andere lasprocessen. Dat probleem lost zich dus wel op als de cabines met lasrobots goed worden afgezogen. Dat is technisch mogelijk, maar de lucht in een werkplaats schoon houden kost geld.”

Hoe kunnen we de situatie echt verbeteren?

“Daar ben ik mijn hele leven al mee bezig, en ik denk dat de kennis over toxiciteit ontbreekt. Ik geef een voorbeeld: overal zijn houtpallets. Maar heb je 100 kilo houtpallets opgeslagen in een hok, dan ontstaat koolmonoxide, een dodelijk gas. Er zijn mensen overleden bij het betreden van een opslag van meer dan 100 kilo aan houten pallets in een kelder. We weten dat het risico er is, en toch doen we er pas wat aan als er een ongeluk is gebeurd. Kan ik mensen kwalijk nemen dat ze niets weten over de relatie tussen houtpallets en koolmonoxide? Het is heel belangrijk dat mensen de risico’s kennen en de juiste informatie hebben. In mijn loopbaan heb ik alle mogelijke scenario’s van vergiftigingen gezien en erover gelezen. Ik heb cursussen ontwikkeld om professionals goed te informeren over de risico’s van het werk.”

Wat moet je als bedrijf doen voor een veiligere werkomgeving?

“Met de plas naar de dokter. Meer is het niet. Elke lasser bijvoorbeeld moet in een potje plassen om te onderzoeken of er een stapeling van giftige stoffen is. Eerst een plasje voor het werk, de zogenoemde pre-shift, dan een plasje na het werk – post-shift. Dan zie je of er bijvoorbeeld metalen in de urine zit. Koppel dat aan privégegevens. Heeft iemand bijvoorbeeld een grote tatoeage op zijn rug, met gele kleuren? Dan kan de inkt chroom geel bevatten. Na tien jaar is een gedeelte van de tattoo vervaagd; de chroom is opgelost in je lichaam en komt ook in de urine terecht.”

Waar test je op?

Vooral op de stoffen waaraan je dagelijks kan worden blootgesteld. Een aluminiumlasser moet je op aluminium testen. Als je werkt met titanium, dan moet je daarop testen. Het begint met kennis van het werkproces. Waar is je product van gemaakt? Hoe wordt je product gemaakt? Dan weet je waarop je moet testen.”

Waarom gebeurt dat niet standaard?

“Er is zoals gezegd te weinig kennis. Een gemiddelde dokter weet niets van lood. Als een dokter zoiets al niet weet … Ik word er niet boos om, want het is niet dat men bewust signalen negeert. Ik ben er wel emotioneel onder omdat dit veroorzaakt dat werknemers onnodig ziek worden van hun werk. Het doet wat met me en zorgt ervoor dat ik in beweging kom, dat ik dat wil helpen veranderen. Het enige dat telt, is de ‘wet’ First do no harm. Ik wil de weg wijzen in het huidige oerwoud van desinformatie in de media en internet.”

Wat is de boodschap die je wilt meegeven?

“Weet waar je mee bezig bent. Dat betekent dat je als bedrijf ook weet wat de gezondheidsrisico’s van chemische stoffen zijn. Dat lood schadelijk is voor het zenuwstelsel wisten we. Maar aluminium is dat bijvoorbeeld ook. Het is zeer schadelijk, vooral bij inademing van ultrafijnstof. Mensen die aluminium lassen, kunnen dement zijn als ze 66 worden. Niemand legt de relatie, maar die relatie is net zo hard als die tussen lood en dementie. Ik bestudeer nu al 30 jaar het solvent-syndroom en het is duidelijk dat alle metalen de hersenen kunnen aantasten.”

Komt het goed?

“De discussie komt op gang. Het is het begin van verandering. Ik heb een nieuw handboek geschreven, dat overzichtelijk is en alle blootstellingsscenario’s van metalen en oplosmiddelen bespreekt. Ik kan daarmee mensen wakker maken. Weet wat je chemische risico’s zijn en onderzoek het werkproces. Dan weet je waar je staat en wat je te doen hebt.. En het is niet moeilijk om te meten: alleen maar even plassen, dat is het. De urine kunnen we testen. Een keer per jaar, misschien een keer per maand, en als het nodig is zelfs dagelijks. Het ligt eraan. Het is de beste investering in je arbozorg, want het voorkomt menselijk drama’s.”

EVA

Hoe kunnen we gezond(er) werken in de oppervlaktebehandeling-branche? Alleen als de werkplekken grondig zijn onderzocht. Toxguide heeft een methode ontwikkeld, de zogenoemde methode EVA. Het staat voor:

Explore:

Welke producten gebruik je? Op de MSDS/VIB van het product kun je zien welke chemische stoffen erin zitten. Zo ontdek je bijvoorbeeld dat Pigment Red 104 loodchromaat bevat.

Visualiseer de blootstelling

Hoe hoog is de chemische belasting? Meet op een slimme manier. Gebruik de stand der techniek van biomonitoring, luchtmetingen, nanodeeltjes, etc. Vertrouw zeker niet alleen op modelberekeningen/schattingen. Te vaak gebruikt men alleen kwalitatieve schattingen van Stoffenmanager of andere modellen. Deze modellen zegt niets over de feitelijke kwantitatieve chemische belasting van werknemers. Die meet je alleen met biomonitoring.

Actie

Reduceer de blootstelling, pas gesloten systemen toe bij poedercoaten (net als bij nat spuiten). Geef voorlichting over de risico’s en de benodigde maatregelen. Vervang CMR-stoffen (TGIC/TMA/Pigment Red 104 etc.) door minder schadelijke producten.

Boek

Geinteresseerd geworden in het handboek biomonitoring? Het is (binnenkort) te bestellen bij Toxguide (www.toxguide.nl; de website wordt binnenkort vernieuwd).


LinkedIn

Bas heeft begin dit jaar een LinkedIn-groep opgericht: Creating Healthy Workplaces without Chemical Exposures. Hij brengt in deze group professionals in contact met managers van bedrijven en wetenschappers. Met een open mind van elkaar leren, elkaar motiveren en elkaar inspireren tot creatieve oplossingen: dat is de basis voor deze groep. Heb je interesse? Laat het Bas weten.

Een reactie plaatsen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *