Precisiebeurs: oppervlaktebehandeling krijgt prominentere rol binnen precisietechniek


Ruim 6.100 (hightech) professionals bezochten medio november de 23e editie van de Precisiebeurs, om er hun kennis over high- en ultraprecisietechnologie te delen. Trends voor de oppervlaktebehandeling? De klanten vragen meer kennis, en eisen hogere standaarden en hogere efficiëntie. En het liefst willen ze het ook nog sneller. “We worden steeds meer betrokken bij het proces”.

Nederland blijft zijn positie als wereldleider in de hightechsector verder versterken, een sector die de kern vormt van de Nederlandse economie. Met ongeveer 50 procent van alle R&D-investeringen die naar hightech gaan, is de sector van cruciaal belang voor innovatie en economische groei. Dit zijn enkele belangrijke conclusies uit het eerdere PwC-rapport ‘Made in NL -The value of the Dutch high-tech manufacturing industry’. Om deze voortrekkersrol te behouden en uit te breiden, is echter meer nodig dan technologische vooruitgang alleen. Kennisdeling, samenwerking binnen de gehele waardeketen, nauwe banden met het onderwijs, en de uitvoering van ambitieuze Big Science-projecten zijn essentieel.

Ruim 6.100 professionals uit binnen- en buitenland kwamen op de Precisiebeurs bij elkaar. Er werd volop genetwerkt en er vonden vele (toevallige) ontmoetingen plaats. Ruim 375 exposanten presenteerden op de beurvloer hun laatste innovaties en toonden een breed aanbod aan hightech oplossingen.

“We constateren nu meer dan ooit dat de gehele waardeketen van precisietechnologie behoefte heeft aan nieuwe ontmoetingen, kennisdeling en gezamenlijke innovatie. De interesse uit het buitenland is enorm. We zijn dan ook trots dat we dit jaar een recordaantal internationale delegaties hebben mogen verwelkomen”, zegt Bart Kooijmans, Programmamanager bij Mikrocentrum, de organisator van de Precisiebeurs.

Vraagstuk

Een steeds prominentere rol binnen die waardeketen lijkt oppervlaktetechniek te krijgen. Dirk Wilmink, groepsdirecteur van LOA Full Surface Group, ziet bijvoorbeeld dat klanten steeds sneller een oplossing nodig hebben. En die oplossing moet ook nog eens uitgebreider zijn. “Onze klanten vragen steeds meer van onze kennis. Ze komen bij om met een vraagstuk en zoeken een partnerschap met ons. Wij hebben de expertise op het gebied van oppervlaktebehandeling. Veel van onze klanten hadden wel iets van kennis op dat gebied, zeker als het om hun eigen fabrikaat gaat, maar die kennis is weggeëbd.”

Het is volgens Wilmink zelfs bijna een hulpkreet. Hij snapt het wel, want er ontstaat een gat tussen theorie en praktijk, “We maken mee dat er iets op een tekening staat en dat een partij al jaren op die manier zegt te produceren, terwijl het technisch helemaal niet kan. Dan merk je dat sommigen hun processen niet op orde hebben. Daarom worden wij steeds meer betrokken bij hun proces.”

Technologisch is er relatief weinig innovatie. De LOA Full Surface Group is bezig met het uitbreiden van hun diensten, zoals op het gebied van zink-nikkelen. Daarnaast is er een focus op geografische spreiding. Daarin maken ze stappen, maar de kern van de chemie achter oppervlaktebehandeling verandert nauwelijks. Wilmink: “We zoeken het vooral in manieren om slimmer te produceren. Een voorbeeld? Voor medewerkers die de Nederlandse taal niet machtig zijn, zetten we technieken in waarbij Nederlandse tekst direct wordt vertaald naar bijvoorbeeld Pools. Dan spreek ik mijn eigen taal en de applicateur krijgt het bericht direct via oortjes in zijn eigen taal te horen.”

Goud

Ook Mehmet Bicer, sales manager polymer Europe bij Aalberts Surface Technologies, ziet het belang van coatings en oppervlaktebehandelingen in de precisietechnologie groeien. Zo wijst hij naar dispersielagen. “Dat is een coating waarbij vaste deeltjes, zoals smeermiddelen of corrosiewerende stoffen, gelijkmatig zijn verdeeld in een bindmiddel. Deze lagen verbeteren eigenschappen zoals slijtvastheid, wrijvingsvermindering en corrosiebestendigheid.”

Zijn bedrijf levert Antifricor, een anti-wrijvingscoating die specifiek is ontworpen om wrijving en slijtage te verminderen en de smering van bewegende onderdelen te verbeteren. “Robuuste anti-wrijvingscoatings zijn noodzakelijk wanneer componenten voortdurend worden blootgesteld aan wrijvingskrachten. Met de juiste coating blijft het materiaal echter langdurig intact en beschermd. Onze experts in oppervlaktebehandelingen hebben zich intensief met dit onderwerp beziggehouden en voor diverse toepassingen duurzame oppervlaktecoatings ontwikkeld.”

Het werkt een beetje als een vaste verbinding, door via de dispersielaag vibratie tegen te gaan. Zo kan je bijvoorbeeld twee schijfjes als het ware in elkaar schuiven, vanwege minuscule rimpelingen van de coating. De oplossing kan bijna worden gezien als een vaste verbinding, voor wanneer een product echt niet mag verschuiven, zoals bij sommige partijen in de precisietechniek.

Een tweede trend die Bicer ziet, is de inzet van tin-nikkel-metaallegeringen als vervanging van materialen die normaliter gecoat worden met hoogwaardige coatings, zoals goud. “Goud is duur. Onze tin-nikkel-legering is een echte legering, van 65 procent tin en 35 procent nikkel. Deze combinatie kan in een omgeving met loog fungeren als een mooie laag chemische bescherming. Goud kost nu ongeveer 80 euro per gram. Onze tin-nikkel-legering is een goedkoper en net zo goed alternatief.”

Non-contact

“Wij geloven in non-destructief (in-line) meten wat bijdraagt aan het verduurzamen van processen, zonder derving of schade aan een product”, zegt Sape Nauta van Naumetrics. “We presenteren de non-contact laagdiktemeter. Op basis van het fotothermische principe kunnen we de dikte van een coatinglaag meten. Vooral voor natte ondergronden is dat interessant. Als je voor het curen de laagdikte al meet, kan je nog herstellen. Een verkeerde dikte na het poedercoaten moet je overnieuw doen. En in het ergste geval is het product onbruikbaar.”

Naumetrics werkt nu twee jaar samen met OptiSense, de Duitse maker van de laagdiktemeter. “Juist omdat in een wereld van efficiënter produceren minder verschroten belangrijk wordt. Dat kost veel geld, en met conventionele laagdiktemeters schoten we tekort”, zegt hij. De vraag is of inline meten ook echt een goede voorspeller is. Volgens OptiSense worden de laagdiktemeters gebruikt in de lakstraten bij BMW en Volkswagen. “Het is niet nieuw, maar voor Naumetrics wel. Wij brengen het in de Benelux op de markt.”

Een reactie plaatsen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *